Omschrijving
Het Gulbenkianmuseum is een van de grote privécollecties ter wereld, van het oude Egypte tot het begin van de 20e eeuw, in een modernistisch gebouw in een park in Lissabon. Het is klein genoeg om in één bezoek te zien, want alleen het beste van de 6000 stukken is te zien.
Het museum volgt twee routes. De ene loopt van Egypte en Mesopotamië naar Perzië en de islamitische wereld, met tapijten, keramiek en manuscripten. De andere loopt door Europa, van middeleeuws ivoor tot Rembrandt, Rubens, Turner, Manet, Monet, Renoir en Degas.
De René Lalique-zaal is een favoriet: sieraden en glas uit de meer dan 140 werken die Gulbenkian in bijna 30 jaar bij de Franse ontwerper bestelde. Even opvallend is de Franse decoratieve kunst van de 18e eeuw, met meubels, goud en zilver die een paleis waardig zijn.
De tuin werd samen met de gebouwen ontworpen, door António Viana Barreto en Gonçalo Ribeiro Telles. De galerijen kijken uit op bos en water, dus het park hoort bij het bezoek, en het modernistische gebouw was het resultaat van een prijsvraag in 1959.
Het museum is vernoemd naar een man die “Mr. Five Per Cent” werd genoemd. Calouste Gulbenkian, een Armeniër geboren in Constantinopel in 1869, hield vijf procent van de oliemaatschappijen die hij hielp oprichten. De taart was de olie van het Midden-Oosten.
Met dat stuk werd hij een van de rijkste mannen ter wereld, en hij gaf het uit volgens een even eenvoudige regel: alleen het beste. Sommige stukken kocht hij toen de Sovjet-Unie schilderijen uit de Hermitage verkocht.
Waarom Lissabon? In 1942, midden in de oorlog, verliet Gulbenkian Frankrijk voor Portugal. Hij woonde zijn laatste jaren in een suite van het Hotel Aviz en stierf er in 1955, en liet zijn fortuin en collectie na aan een stichting. De gebouwen en tuinen gingen in 1969 open.
Andere meesterwerken zijn Rembrandts Portret van een oude man uit 1645, Ghirlandaio's Portret van een jonge vrouw van rond 1490, Turners zicht op de monding van de Seine en Renoirs portret van Madame Monet lezend. Het gebouw zelf is T-vormig en ging open op 2 oktober 1969.
Van de zo'n 6000 stukken zijn er ongeveer 1000 permanent te zien, wat het bezoek licht houdt: het is het beste, zoals de stichter het wilde.
Niet missen
• De René Lalique-zaal.
• De Egyptische en islamitische kunst.
• De schilderijen van Rembrandt en Monet.
• De tuin.
Wist je dat?
• Gulbenkian liet 400.000 dollar na voor de restauratie van de moederkerk van Armenië in Etsjmiadzin, te besteden zodra de betrekkingen met de Sovjet-Unie het toelieten.
• Het Centro de Arte Moderna ernaast was in 1983 het eerste museum voor moderne kunst van Portugal.
Het museum volgt twee routes. De ene loopt van Egypte en Mesopotamië naar Perzië en de islamitische wereld, met tapijten, keramiek en manuscripten. De andere loopt door Europa, van middeleeuws ivoor tot Rembrandt, Rubens, Turner, Manet, Monet, Renoir en Degas.
De René Lalique-zaal is een favoriet: sieraden en glas uit de meer dan 140 werken die Gulbenkian in bijna 30 jaar bij de Franse ontwerper bestelde. Even opvallend is de Franse decoratieve kunst van de 18e eeuw, met meubels, goud en zilver die een paleis waardig zijn.
De tuin werd samen met de gebouwen ontworpen, door António Viana Barreto en Gonçalo Ribeiro Telles. De galerijen kijken uit op bos en water, dus het park hoort bij het bezoek, en het modernistische gebouw was het resultaat van een prijsvraag in 1959.
Het museum is vernoemd naar een man die “Mr. Five Per Cent” werd genoemd. Calouste Gulbenkian, een Armeniër geboren in Constantinopel in 1869, hield vijf procent van de oliemaatschappijen die hij hielp oprichten. De taart was de olie van het Midden-Oosten.
Met dat stuk werd hij een van de rijkste mannen ter wereld, en hij gaf het uit volgens een even eenvoudige regel: alleen het beste. Sommige stukken kocht hij toen de Sovjet-Unie schilderijen uit de Hermitage verkocht.
Waarom Lissabon? In 1942, midden in de oorlog, verliet Gulbenkian Frankrijk voor Portugal. Hij woonde zijn laatste jaren in een suite van het Hotel Aviz en stierf er in 1955, en liet zijn fortuin en collectie na aan een stichting. De gebouwen en tuinen gingen in 1969 open.
Andere meesterwerken zijn Rembrandts Portret van een oude man uit 1645, Ghirlandaio's Portret van een jonge vrouw van rond 1490, Turners zicht op de monding van de Seine en Renoirs portret van Madame Monet lezend. Het gebouw zelf is T-vormig en ging open op 2 oktober 1969.
Van de zo'n 6000 stukken zijn er ongeveer 1000 permanent te zien, wat het bezoek licht houdt: het is het beste, zoals de stichter het wilde.
Niet missen
• De René Lalique-zaal.
• De Egyptische en islamitische kunst.
• De schilderijen van Rembrandt en Monet.
• De tuin.
Wist je dat?
• Gulbenkian liet 400.000 dollar na voor de restauratie van de moederkerk van Armenië in Etsjmiadzin, te besteden zodra de betrekkingen met de Sovjet-Unie het toelieten.
• Het Centro de Arte Moderna ernaast was in 1983 het eerste museum voor moderne kunst van Portugal.